
Luisterende aanraking ontmoet het conflict tussen spanning en ontspanning
Wat ik vaak zie bij mensen die bij mij op de massagetafel liggen, is dit:
ze voelen dat hun lichaam gespannen is, vasthoudt, alert blijft, terwijl ze mentaal weten dat het veilig is. Dat kan verwarrend zijn. Sommigen noemen het zelfs een innerlijk conflict.
Het hoofd begrijpt dat er geen gevaar is. De ruimte is rustig, het contact is afgestemd, de situatie klopt. En toch spannen spieren zich aan, blijft de adem hoog of wordt vastgehouden, en lijkt ontspannen iets wat actief gedaan moet worden. Dat voelt tegenstrijdig, alsof lichaam en hoofd elkaar niet begrijpen.
Wat hier gebeurt, is niet fout. Het is een logisch gevolg van hoe het zenuwstelsel werkt.
Spanning ontstaat automatisch. Het is een reflex die bedoeld is om te beschermen. Zeker bij mensen die langere tijd onder stress hebben gestaan, ziek zijn geweest of veel hebben moeten dragen, is spierspanning een vertrouwde manier geworden om aanwezig te blijven en controle te houden. Het lichaam heeft geleerd: zo blijf ik veilig.
Dat maakt dat ontspannen bewuste aandacht vraagt, terwijl spanning vanzelf lijkt te komen. En dat kan vreemd en verwarrend voelen, omdat we vaak denken dat het precies andersom zou moeten zijn.
Op het moment dat iemand spanning weg wil hebben, ontstaat er vaak meer onrust. Het lichaam ervaart dan niet alleen de oorspronkelijke alertheid, het ervaart ook druk om te veranderen. Alsof dat wat het al die tijd heeft gedaan om te beschermen, nu niet meer welkom is. Dat kan het gevoel van conflict versterken.
Ik nodig mensen daarom niet uit om te ontspannen.
Ik nodig uit om te blijven bij wat er is.
Spanning mag er zijn.
Vasthouden mag er zijn.
Niets hoeft weg.
Wat vaak gebeurt, is dat er dan kleine momenten ontstaan waarin het lichaam vanzelf iets loslaat. Een zucht. Iets meer adem. Een fractie van ruimte. Niet omdat iemand dat doet, maar omdat het systeem even voelt: ik hoef niets.
Wanneer ik zo’n moment benoem, heel eenvoudig en zonder het groter te maken, worden mensen zich bewust dat ontspanning al bestaat. In kleine stukjes. Tussen de spanning door. Ontspanning hoeft dan niet meer gemaakt te worden; het mag verschijnen wanneer het lichaam daar aan toe is.
De cliënt leert dan niet: ik moet ontspannen.
Ontspanning kan ontstaan terwijl ik gespannen ben.
Spanning en ontspanning hoeven elkaar niet te bestrijden. Ze mogen naast elkaar bestaan. En precies daar ontstaat veiligheid.
Ontspanning is dan geen doel. Het kan een (fijn) gevolg zijn.
